| ||||||||||
Gaten in onze kennisEvert van der Heide Gevormd door sterrenstof van René Fransen past in deze tijd. Het is lang rustig geweest aan het front,
maar sinds 2005 is er rond de discussie schepping versus evolutie weer leven in de brouwerij. De wetenschap heeft
recent grote stappen gemaakt. In de kosmologie is de achtergrondstraling in detail in kaart gebracht en in de
biologie blijken de processen in de cel, inclusief DNA en moleculaire machientjes, veel ingewikkelder te zijn dan
oorspronkelijk werd gedacht. De nieuwe ontwikkelingen en de steeds groter wordende plaats die wetenschap in onze samenleving inneemt, vraagt
opnieuw bezinning over de vraag of het geloof – ook dat in een schepping – botst met de wetenschap. In dit artikel zal ik mij echter beperken tot een meer technische evaluatie van vragen rond schepping en evolutie. Horloge op de heiHet argument van complexiteit wordt door creationisten al heel lang gebruikt als aanwijzing of bewijs voor het bestaan van God, en even zo lang door anderen bestreden. Meerdere voorbeelden worden in Gevormd door sterrenstof beschreven, helaas zonder helder onderscheid. Een oud voorbeeld om evolutie te ontkrachten, is dat van de horloge dat gevonden wordt op de hei. Dat horloge kan toch niet door toeval ontstaan zijn? Er moet een horlogemaker geweest zijn. Hetzelfde geldt voor het leven, dat veel complexer is dan een horloge. Dit is een bewijs volgens het principe van analogie: het zou vergelijkbaar kunnen zijn. Maar dat is niet noodzakelijkerwijs zo. En het is niet moeilijk om voorbeelden van analogie te bedenken die niet opgaan. Een ander argument tegen evolutie wordt geleverd door de kansberekening. Dit argument is vooral sinds de jaren zestig relevant geworden, toen de codering van DNA en de vorming van eiwitten ontdekt werden. De kans dat een bepaalde DNA-reeks of een eiwit gevormd wordt, is zo klein, dat de miljoenen jaren die daarvoor beschikbaar zijn volgens de evolutie, te kort zijn, zo luidde het argument. Het blijft echter discutabel of de vorming van een eiwit echt onwaarschijnlijk of onmogelijk is. Onherleidbaar complexBiochemicus Michael Behe ging een stap verder. Hij introduceerde het begrip onherleidbare complexiteit. Neem een
deel van een organisme, zoals bijvoorbeeld de zweepdraad van een bacterie. Zo’n deel bestaat uit meerdere
onderdelen die afzonderlijk geen functie hebben en die tegelijk aanwezig moeten zijn voor het functioneren van het
geheel. Dit onderdeel kan niet geleidelijk door toeval zijn ontstaan, omdat er geen functionele tussenvormen zijn.
Het moet in één keer in elkaar gezet zijn. En daar is een ontwerper voor nodig. Filosoof en theoloog William Dembski, een van de voorvechters van Intelligent Design, heeft dat ingezien. Hij
definieerde het begrip gespecificeerde complexiteit. Complexiteit kan misschien nog toevallig ontstaan,
maar een betekenisvolle (gespecificeerde) complexiteit niet. Daar moet een intelligent(e) ontwerp(er) achter
zitten. Ten slotte heeft Michael Behe de begrenzing van evolutie vastgesteld, aan de hand van waarnemingen bij malaria. Hij constateert dat er door toevallige variatie en natuurlijke selectie slechts in beperkte mate nieuwe eigenschappen kunnen ontstaan. Dat biedt te weinig ruimte om de ontwikkeling van de evolutionaire stamboom te onderbouwen. Analogie, kansberekening, onherleidbare complexiteit, gespecificeerde complexiteit en observatie van grenzen aan variatie en selectie: het zijn allemaal verschillende invalshoeken om de discussie rond evolutie en creationisme te benaderen. OnwetendheidFransen geeft ook aan dat Intelligent Design gevoelig is voor de beschuldiging van het ‘argument vanuit
onwetendheid’: de theorie biedt geen wetenschappelijke verklaring voor complexiteit, en dat zou een zwak punt
zijn. Mijn inschatting is dat we hier niet te maken hebben met een nog ontbrekend onderdeel in een theorie, maar met
de grenzen van de natuurwetenschap. Deze wetenschap beperkt zich tot waarneembare gegevens en theorievorming. Vooralsnog zijn de reacties op Intelligent Design vooral heftig en emotioneel. Mensen negeren de theorie of
zeggen dat ‘het nog wel bijdraait’. Maar er zijn nauwelijks inhoudelijke reacties. Vragen over de tijdComplexiteit is – per definitie – ingewikkeld. Maar de discussie over de tijdrekening is zo mogelijk nog ingewikkelder. Het gaat dan vooral om kosmologie en de geologische datering. Fransen beschrijft de kosmologie zoals die vandaag breed aanvaard wordt en gaat ervan uit dat deze theorie, met
eventueel toekomstige aanpassingen, wel stand zal houden. Maar hoe zeker is dat, gezien de lange lijst van
onzekerheden waarmee de kosmologie worstelt? Ik ben er minder zeker van dan Fransen dat de huidige kosmologie stand zal houden. Op ten minste twee punten vallen nieuwe inzichten te verwachten: de lichtsnelheid en de roodverschuiving. Een fundamentele aanname in de fysica sinds Einstein is dat de lichtsnelheid constant is, onafhankelijk van de snelheid van de waarnemer. Maar als het licht vroeger een hogere snelheid had dan nu zou dat de leeftijd van het heelal terug kunnen brengen. En er zijn aanwijzingen dat de lichtsnelheid vroeger hoger was. Een andere waarneming die keer op keer is bevestigd, is de periodiciteit in de roodverschuiving. Het lijkt – op basis van de roodverschuiving – alsof sterren op vaste periodieke afstanden van de aarde staan. Maar recente inzichten maken duidelijk dat er een kans bestaat dat er een beperkte – of zelfs geen – relatie bestaat tussen roodverschuiving en afstand. Als dit waar zou blijken, zou dit grote consequenties voor het kosmische model hebben. Jongere aardlagen?Als het gaat om de geologische tijdrekening worstelen creationisten al een lange tijd met de radiodatering. Het RATE-project is de meest recente bijdrage in deze discussie. Het heeft de wetenschap voor moeilijke vragen gesteld, waarover het laatste woord nog niet is gesproken. Zo maken recente gegevens duidelijk dat de aardlagen mogelijk jonger zijn dan de geologische tijdrekening aangeeft. Er zijn rode bloedcellen aangetroffen in niet volledig gefossiliseerde botten van dinosauriërs, tegelijk met cellen van bloedvaten die nog een aanwijzing bevatten voor een celkern, en botvormende cellen (osteocyten). Dat zou kunnen wijzen op een recentere leeftijd van deze aardlagen. Ook de aanwezigheid van nog levende bacteriën of levensvatbare sporen van bacteriën in oude aardlagen kunnen wijzen op een jongere leeftijd. Het blijft echter vooralsnog bij enkele signalen: een alternatief creationistisch model voor tijdrekening ontbreekt. StrijdbijlKan de bijl in de strijd rond schepping en evolutie nu begraven worden? Als we het standpunt van Fransen volgen:
ja. Dan aanvaarden we een oud heelal, een oude aarde en een geleidelijke evolutie. NootDit artikel is een reactie op het artikel van René Fransen uit CV Koers 1 (januari 2009) en diens boek
‘Gevormd door sterrenstof’. | ||||||||||