| ||||||||||
Kwaad en lijden zijn geen bewijzen tegen GodDoor Tim Keller De filosoof J.L. Mackie voert dit betoog tegen God in zijn boek The Miracle of Theism (Oxford, 1982). Hij stelt het als volgt: Als er een goede en machtige God zou bestaan, zou hij geen zinloos lijden toestaan. Maar omdat er zoveel niet te rechtvaardigen en zinloos geweld op aarde is, kan de traditionele goede en machtige God niet bestaan. Een andere god of niet-god zou kunnen bestaan. De traditionele God echter niet.(1) Veel andere filosofen hebben gewezen op een enorme zwakte in deze denkwijze. In de bewering dat de wereld vol is van zinloos kwaad bevindt zich de verborgen premisse dat als het kwaad mij zinloos lijkt, het ook zinloos is. Deze wijze van redeneren is natuurlijk misleidend. Dat je geen goede reden kunt zien of bedenken waarom God iets laat gebeuren, betekent nog niet dat er geen goede reden kan zijn. We zien dat zich achter het schijnbare nuchtere scepticisme een enorm geloof in de eigen cognitieve competenties verschuilt. Als ons verstand de diepten van het universum niet kan peilen voor goede antwoorden op het lijden, nou, dan zijn die er ook niet! Hier is in hoge mate sprake van een blind geloof. De denkfout in het hart van dit argument wordt door Alvin Plantinga uitgelegd met het voorbeeld van de knut. Als je je iglotentje openritst om te zien of zich daar een sint-bernard bevindt, en je ziet er geen, dan is het redelijk om aan te nemen dat er geen sint-bernard in je tent ligt. Maar als je in je iglotentje op zoek gaat naar een knut (een piepklein insect met een afschuwelijke beet die omgekeerd evenredig is aan zijn grootte), en je kunt er geen een vinden, is het onredelijk om aan te nemen dat ze er niet zijn. Veel mensen denken dat als er goede redenen voor het bestaan van het kwaad zouden bestaan, die toegankelijk zouden zijn voor ons verstand. Die goede redenen zouden dan eerder sint-bernards zijn dan knutten. Maar waarom zou dat het geval zijn?(2) Dit argument tegen God kan geen stand houden. Niet alleen ten opzichte van de logica, maar ook ten opzichte van
de ervaring. Als voorganger heb ik veel gepreekt over het verhaal van Jozef in Genesis. Jozef was een arrogante
jongeman die gehaat werd door zijn broers. In hun woede sloten ze hem op in een put en verkochten hem aan
slavenhandelaars. In Egypte wachtte hem een leven van slavernij en ellende. Altijd als ik over deze tekst preek, hoor ik dat mensen zich identificeren met dit verhaal. Veel mensen moeten toegeven dat ze pas door de moeilijkste en pijnlijkste ervaringen kregen wat ze nodig hadden voor een goed leven. Sommige mensen erkennen, wanneer ze terugkijken op een periode van ziekte, dat het een onvervangbaar seizoen van persoonlijke en geestelijke groei voor ze is geweest. Ik heb het gevecht met kanker overleefd en mijn vrouw heeft jarenlang aan de ziekte van Crohn geleden. We kunnen dit allebei beamen. In mijn eerste gemeente was een man die het grootste gedeelte van zijn gezichtsvermogen verloren had nadat hij bij een mislukte drugsdeal in het gezicht was geschoten. Hij vertelde mij dat hij een bijzonder zelfzuchtig en wreed mens was geweest, en altijd had hij zijn problemen met de wet en zijn problemen op persoonlijk vlak afgeschoven op anderen. Het verlies van zijn gezichtsvermogen had hem verwoest, maar het had hem ook zeer nederig gemaakt. “Toen mijn fysieke ogen gesloten werden, gingen mijn geestelijke ogen open. Nu zag ik hoe ik de mensen had behandeld. Ik veranderde en nu heb ik voor het eerst in mijn leven vrienden, echte vrienden. Ik moest een afschuwelijke prijs betalen, maar toch moet ik toegeven dat het dat waard was. Nu heb ik eindelijk wat het leven waardevol maakt.” Hoewel geen van deze mensen blij is met de tragische gebeurtenissen op zich, zouden ze het inzicht, het karakter en de kracht die ze erdoor hebben verworven voor niets ter wereld willen ruilen. Tijd en perspectief kunnen ervoor zorgen dat de meesten van ons goede redenen kunnen zien voor ten minste sommige tragische gebeurtenissen en pijnlijke ervaringen in het leven. Waarom zou het onmogelijk zijn dat er, vanuit Gods perspectief specifiek goede redenen zijn voor alle tragische gebeurtenissen en pijnlijke ervaringen? Als je een God hebt die groot en transcendent genoeg is om boos op te zijn omdat hij geen halt toeroept aan het kwaad en het lijden in de wereld, dan heb je (tegelijk) een God die groot en transcendent genoeg is om goede redenen te hebben kwaad en lijden te laten voortbestaan zonder dat jij weet waarom. Eindnoten 1. De samenvatting van Mackies betoog is gebaseerd op het betoog van Daniel Howard-Snyder in zijn “God, Evil
and Suffering”, in Reason for the Hope Within, ed. M.J. Murray, (Eerdmans, 1999), p. 84. Het artikel van
Howard-Snyder is op zichzelf al een uitstekend overzicht dat laat zien waarom er onder hedendaagse filosofen niet
langer stellig kan worden gezegd dat kwaad en lijden het bestaan van God ontkrachten. Sterker nog, het boek van
Mackie (uit 1982) is wellicht het laatste belangrijke boek dat iets dergelijks nog wel doet. | ||||||||||