| ||||||||||
Over de lectuur van het Oude TestamentDoor Alister McGrath Mannen als Dawkins nemen een sterk negatieve houding aan tegenover de Bijbel, op grond van een over het algemeen oppervlakkige beschouwing van de voornaamste thema´s en ideeën uit de Bijbel, en van een bedroevend tekortschietende kennis van de tekst zelf. Wanneer Dawkins ons voorhoudt dat Paulus de brief aan de Hebreeën heeft geschreven kunt u zich voorstellen hoe slecht het met deze kennis gesteld is.(1) Vooral zijn hoogst selectieve(2) bespreking van de Hebreeuwse geschriften wordt gekenmerkt door woede en verontwaardiging, en het is mogelijk dat veel van zijn lezers deze gevoelens zullen delen. Je kunt je Dawkins’ verbijstering voorstellen bij de lectuur van passages uit de Thora waarvan hij beweert dat ze uiting geven aan vrouwenhaat, wraakzucht tegenover vijanden en een onbegrijpelijke nadruk leggen op merkwaardige obsessies als bloedoffers en rituele zuiverheid. Natuurlijk vinden veel moderne joodse en niet-joodse lezers veel gedeelten van de Hebreeuwse geschriften
raadselachtig, en misschien stuitend, op grond van hun culturele afstand van een lang vervlogen tijdperk.
Historisch gesproken is het belangrijk in te zien dat deze oude teksten zijn ontstaan bij een volk dat strijd
moest leveren om zijn groepsidentiteit of nationale identiteit tegenover een bedreiging van alle kanten in stand
te houden. De passages die Dawkins zo schokkend vindt hebben hun plaats naast ander materiaal in de Torah dat hij negeert, en dat handelt over vergeving en medelijden – over wetten die aandringen op gastvrijheid voor vreemden (Deuteronomium 10:17-10), grenzen stellen aan wraakoefening (Exodus 2), slavernij verbieden (Leviticus 25), een jubeljaar afkondigen waarin schulden worden kwijtgescholden (Leviticus 25) en kinderoffers verbieden (Leviticus 18:21, 20:2). Hij negeert ook de profeten en wijsheidsliteratuur, waarin de hoogtepunten van het joodse moderne denken zijn uitgedrukt – in inzichten die het menselijk streven naar morele waarden nog steeds vormen en voeden. Hoe moeten we de Hebreeuwse geschriften dan beoordelen? Dawkins eist terecht dat er een extern criterium moet zijn voor de interpretatie voor deze teksten.(3) Maar hij lijkt zich er niet van bewust te zijn dat er al zo’n criterium bestaat – het leven en de lering van Jezus van Nazaret. Christenen baseren deze benadering op de lering van Jezus zelf, die zich beschouwde als iemand die gekomen was
om de joodse wet te vervullen, niet om deze af te schaffen (Matteüs 5:17). Dawkins is van mening dat Jezus het
Oude Testament als verkeerd beschouwde, als iets wat verbeterd moest worden. De Hebreeuwse geschriften worden gelezen en geïnterpreteerd door een christologisch filter of prisma. Dit is de reden waarom christenen de cultische regels die in de bladzijden van het Oude Testament beschreven staan niet uitvoeren – en ook nooit hebben uitgevoerd.(4) Zoals je mag verwachten gaat Dawkins hieraan voorbij door te benadrukken dat het serieus nemen van de Bijbel
met zich meebrengt dat we ‘de sabbat strikt in acht nemen en (…) het terecht en gepast vinden om iemand die dit
nalaat te executeren’. Of ‘ongehoorzame kinderen ter dood brengen’.(5) Eindnoten 1. Dawkins, God Delusion, 253. Er wordt al een paar honderd jaar aangenomen dat Paulus niet de auteur is van
deze brief. | ||||||||||