| ||||||||||
Mozes, de schrijver van de TorahDoor Timo Heijstek In de 19e eeuw beweerden wetenschappers dat de schrijfkunst in het Midden-Oosten pas rond het jaar 1.000 voor
Christus werd uitgevonden. Dat is in de tijd van koning David, enkele honderden jaren na Mozes. Tegenwoordig is er
geen wetenschapper meer die dit zal beweren. Het is duidelijk dat Mozes de auteur van de Torah kon zijn, het schrift bestond immers al. In het Hebreeuws van
de Torah treffen we een groot aantal woorden aan die een letterlijke vertaling zijn van Egyptische woorden. In de
rest van de Bijbel komen ze niet voor, zoals het woord ‘ark’. Verder komen bepaalde Egyptische uitdrukkingen voor
in de boeken Genesis en Exodus. Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘in den beginne’, ‘levende ziel’, ‘ten strijde
toegerust’. Sommige wetenschapper beweren dat de Torah pas tijdens de Babylonische ballingschap werd geschreven. Woorden die ten tijde van de ballingschap veel werden gebruikt in Babel ontbreken geheel in de Torah. Woorden voor aarde, vissen, vogels, kruipende dieren, slang, neus. Opvallend genoeg komen deze woorden wel voor in de boeken Daniël en Ezechiël. Deze twee boeken werden wel tijdens de Babylonische ballingschap geschreven. Het is duidelijk dat de boeken van Mozes niet tijdens de Babylonische ballingschap werden geschreven. Het is juist zeer waarschijnlijk dat de Torah door Mozes ten tijde van de uittocht uit Egypte werd opgeschreven. Dit wordt ondersteund door de kennis van Egyptische gebruiken die in de Torah staan. Ook de Egyptische planten en dieren worden nauwkeurig beschreven. De acacia is een echte woestijnboom. Hij kwam alleen voor in Egypte, in de Sinaďwoestijn en in het extreem hete gebied rond de Dode Zee. De zeekoeien, waarvan de tachasvellen voor de tabernakel werden gemaakt, kwamen alleen voor in de Golf van Aqaba, bij Egypte(1). De schrijver van de Torah kende de geografie van Egypte. De Egyptische plaatsen Migdol en Pi-Hachiroth worden bijvoorbeeld genoemd. De details die de schrijver van de Torah geeft over de woestijn waren belangrijk voor de Israëlieten. Voor ons lijkt het soms wellicht wat overbodige informatie. Maar zij trokken er immers doorheen en leefden dag aan dag in de woestijn. Er is genoeg bewijs om het auteurschap van Mozes te accepteren. Onder andere Drs. Ben Hobrink heeft dit in zijn uitstekende boek ‘Moderne wetenschap in de Bijbel’ goed uiteengezet. De Samaritanen en Falasja’sDe Samaritanen woonden in Noord-Israël. In de achtste en zevende eeuw voor Christus ontstond er een grote haat tussen de Joden en de Samaritanen en beiden wilden niets met elkaar te maken hebben. Ook op godsdienstig gebied waren ze het oneens. De Samaritanen accepteren echter wel de boeken van Mozes en het boek Jozua. De Samaritaanse en Joodse Torah lijken veel op elkaar. Dit is duidelijk bewijs dat de Torah al bestond voor het scheuren van het koninkrijk in twee aparte koninkrijken, Israël en Juda. Daarna was er immers geen onderling contact meer. De Samaritanen accepteren de geschriften van de Joodse profeten dan ook niet. De Ethiopische Falasja’s erkennen alleen de boeken van Mozes. Hun eigen overlevering gaat terug tot de tijd van koning Salomo. In de tijd van Salomo bestond de Torah dus al. Het was toen al het fundament van de Israëlieten. Noten1. Exodus 25:10, 23 en 26:14 Bron: Drs. Ben Hobrink: Moderne wetenschap in de Bijbel (2005), Uitgeverij Gideon, blz. 290-299 | ||||||||||