| ||||||||
Het onderwijs en de daden van JezusDoor James K. Hoffmeier Jezus was een rondtrekkend leraar en wonderdoener die in synagogen, in de open lucht bij het meer van Galilea en in de tempel te Jeruzalem leerde. Met zijn gelijkenissen en uit het leven gegrepen illustraties imponeerde en verblufte Hij zijn gehoor. Archeologisch materiaal uit de eerste eeuw n. Chr. kan de eenentwintigste-eeuwse lezer helpen Jezus' onderricht te begrijpen en hem of haar een beter beeld geven van de setting waarin een en ander zich afspeelt. Hier zijn een paar voorbeelden. Het hoogste punt van de tempelToen Jezus aan het begin van zijn bediening verzocht werd door Satan, 'nam de duivel hem mee naar de heilige
stad en zette Hem op het hoogste punt van de tempel'. Daar spoort hij Jezus aan om naar beneden te springen
(Matteüs 4:5-6). Men neemt algemeen aan dat de evangelist de zuidoosthoek van de Tempelberg in gedachte had.
Tegenwoordig geven de resten van de muren uit de islamitische periode enigzins een indruk van het hoogteverschil
tussen de hoogste hoek en het Kidrondal in de diepte. Het bad van Betzata of BetesdaJeruzalem telde veel bassins. Sommige dienden voor wateropslag, terwijl er ook tientallen reinigingsbaden zijn
gevonden. Johannes beschrijft een bad met vijf zuilengangen (Johannes 5:2), waar zieken en gehandicapten kwamen in
de hoop op genezing. 'Betesda' betekent waarschijnlijk 'huis van de barmhartigheid'. We lezen dat Jezus er een man
geneest. Het badhuis van SiloamToen Jezus eens een blinde man genas, liet Hij hem naar het badhuis van Siloam gaan om zijn ogen te wassen (Johannes 9:7).
Er wordt al een aantal eeuwen gedacht dat dit het bad bij de monding van Hizkia's tunnel was, maar er is nooit
archeologisch bewijs aangevoerd dat dit bad al bestond in de tijd van het Nieuwe Testament. De huidige gegevens
suggereren echter dat dit bad in gebruik is sinds de Byzantijnse periode (dus sinds de derde of vierde eeuw n.Chr.). Het bad zelf is gemaakt van gladde kalksteenblokken. Driemaal vijf treden, onderbroken door twee 'bordessen',
leiden naar de bodem van het bad. Toen ze enkele blokken weggehaald hadden, beseften de archeologen dat er een
ouder bad met gepleisterde treden onder lag. Met een metaaldetector werden vier munten in het pleister gevonden. Ze
dateren uit de Hasmonese periode, om precies te zijn uit het bewind van Alexander Jannaeus (103-76 v.Chr.). Dit bad
is vermoedelijk gegraven tijdens de eerste eeuw v.Chr. WijnvatenOp een bruiloft in Kana in Galilea (een klein dorpje tussen Nazaret en Sepforis) deed Jezus zijn eerste
wonderteken: Hij veranderde water in wijn. Volgens Johannes 2:6 waren er zes stenen watervaten 'voor het Joodse
reinigingsritueel'. Zulke stenen vaten zijn ontdekt bij opgravingen in Jeruzalem in een groot huis dat in 70 n.Chr.
verwoest en verbrand is door de Romeinen. SchaapskooienIn het beroemde bijbelgedeelte waarin Jezus zichzelf de goede herder noemt, beschrijft Hij hoe zijn schapen de
schaapskooi in- en uitgingen. Dan verklaart Hij: 'Ik ben de deur voor de schapen' (Johannes 10:7). Eerder in dit
hoofdstuk kwamen we al een hok voor vee tegen. Wat bedoelde Jezus toen Hij zei dat Hij de deur van de kooi was? WijnzakkenIn Matteüs 9:17 zegt Jezus als Hij het over de verandering in mentaliteit heeft die zijn nieuwe leer vereist: 'Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken.' In oudtestamentische tijden gebruikte men dierenhuiden voor water (Genesis 21:14), melk (Rechters 4:19) en wijn (1 Samuël 1:24, 10:3). Omdat ze snel vergaan, vindt men zelden dierenhuiden met vloeistoffen erin, maar in zeer droge streken zijn wel huiden gevonden. Normaal gaat het om schapen- of geitenvellen, en er zijn er een paar uit de tijd van de Bijbel bewaard gebleven. Molenstenen'Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd' (Marcus 9:42). Deze bijtende aanklacht van Jezus spreekt des te meer als je kijkt naar de basaltstenen die men gebruikte om olijven te persen voor olie of graan voor bloem. De grootste stenen werden rondgedraaid door een ezel. LampenVeel bijbelse voorbeelden en illustraties verwijzen naar lampen. Als de psalmist zegt: 'Uw woord is een lamp voor mijn voet,' denk je misschien aan een zaklamp of een lantaarn met een kaars erin. Maar dat klopt niet. Gedurende de periode van het Oude Testament werden lampen van klei gemaakt: een kleine kom (ca. 15 centimeter in doorsnee) met de rand naar binnen gebogen om een tuit te maken. Olijfolie diende als brandstof (Exodus 25:6, 27:20); in de tuit deed men een vlasdraad, waarna de pit werd aangestoken. Toen de oudtestamentische periode ten einde liep, werden de lampen steeds kleiner en de tuit geprononceerder.
Deze ontwikkeling zette zich voort, en als Jezus het in de eerste eeuw n.Chr. in zijn gelijkenissen over lampen
heeft (Marcus 4:21; Lucas 11:33), zijn ze nog steeds van klei, maar is de tuit nu helemaal dicht en elliptisch of
rond van vorm. De olie werd nu door een klein of iets groter gaatje in het midden van de lamp, vaak in een
holronde holte, gegoten. De bovenkant van lampen was meestal decoratief vormgegeven. Overgenomen met toestemming van de uitgever. | ||||||||