| |||||||||
Onherleidbare mechanismenDoor Stuart Burgess Het kniegewricht is uniekDe knie is een uniek gewricht omdat hij mechanische principes gebruikt die volledig anders zijn dan de principes die door andere gewrichten in het lichaam gebruikt worden. De knie heeft twee banden die een vitale geleidingsrol vervullen (de kruisbanden), terwijl de gewrichten van de heup, de schouder en de elleboog geen banden zitten. De knie schuift en glijdt, terwijl de gewrichten van de heup, de schouder en de elleboog alleen glijden. Wetenschappelijke boeken over anatomie geven soms aan dat het kniegewricht van zoogdieren een uniek soort gewricht vorm.(1) Deze boeken doen echter nooit een poging om te verklaren hoe het kniegewricht door evolutie zou kunnen ontstaan. Het is erg moeilijk om te verklaren hoe een evolutionair proces plotseling twee banden kon laten ontstaan, gekruist in het midden van het gewricht, precies op hetzelfde moment dat er ruimte voor de banden ontstond en precies op hetzelfde moment dat er een complexe en in elkaar passende schuivende beweging ontstond! Als het kniegewricht zich geleidelijk zou hebben ontwikkeld, zou men vele tussenvormen tussen het scharniergewricht (zoals de elleboog) en het
kniegewricht mogen verwachten, in levende of in uitgestorven schepselen. Er bestaat echter geen enkele aanwijzing dat ooit een tussenvorm van het gewricht
bestaan heeft. Als het kniegewricht zich zou hebben geëvolueerd, zou het tenminste mogelijk moeten zijn om zich er een voorstelling van te maken hoe een
tussenvormgewricht eruit zou kunnen zien. Gezien de verstandelijke vermogens van de mens zou dit geen moeilijke opdracht moeten zijn, als tussenvormen
mogelijk zouden zijn. ‘Ons onvermogen, zelfs in gedachten, om functionele tussenvormen te construeren is in veel gevallen een hardnekkig en zeurend probleem voor graduele bijdragen aan evolutie.’(2) De vorming van het kniegewrichtHet gegeven dat het kniegewricht zich gevormd moet hebben tijdens de ontwikkeling van het embryo, maakt het ontwerp nog ingewikkelder. De cel moet niet
alleen alle kenmerken van een functionerende knie omschrijven, maar ook de groei en het samenstellen van het gewricht. De cel omschrijft niet alleen het materiaal van de banden, spieren en beenderen, maar het heeft ook de verbazingwekkende mogelijkheid om de positie, het samenvoegen en de groeimomenten van deze onderdelen, die nodig zijn om de onderdelen samen te voegen, te omschrijven. Als het been in wording een zekere grootte bereikt, wordt op de een of andere manier instructie gegeven om het bot zich te laten delen om de
afzonderlijke beenderen van het onderbeen en het bovenbeen (of arm) te vormen. Ook worden op de een of andere manier instructies gegeven om de kruisbanden
gekruist te vormen, om daarmee het onderbeen en het bovenbeen te verbinden zodat een op de juiste manier samengestelde knie wordt gevormd. Het mechanisme van het zichzelf in elkaar zetten van het kniegewricht is zo geavanceerd dat wetenschappers ermee worstelen om te begrijpen hoe het gebeurt. Een recent boek over de groei van organismen zegt: ‘Het mechanisme waarmee de goede verbindingen tussen pezen, spieren en kraakbeen plaatsvinden, moet nog worden vastgesteld.’(3) Deze ontboezeming is belangrijk. Als evolutionisten niet weten hoe een gewricht zichzelf in elkaar zet, hoe kunnen zij er dan zo zeker van zijn dat het
zich ontwikkeld heeft via een reeks van toevallige foutjes? Het zichzelf in elkaar zetten van beenderen, banden en pezen vertegenwoordigt een ingewikkelde
en overweldigende opdracht. De geometrische kenmerken zijn kritischDe geometrische kenmerken van een mechanisme moeten in het algemeen met meer precisie gespecificeerd worden dan de materiaaleigenschappen van de onderdelen in een mechanisme. Dit is een bekend gegeven in de mechanische technologie. Ondanks het kritische karakter van geometrische kenmerken worden ze in de boeken eigenlijk nooit genoemd in relatie tot evolutie. De evolutie van nieuwe
kenmerken wordt gewoonlijk beschreven als een proces waarin genen zich geleidelijk ontwikkelen en ieder nieuw gen specificeert eenvoudigweg een extra eiwit. Het is waar dat wetenschappers op dit moment nog niet begrijpen hoe geometrie in een organisme wordt gespecificeerd, maar dat is geen excuus voor het
negeren van de behoefte aan deze informatie. Biologieboeken geven vaak voorbeelden van hoe een nieuwe kleur van een vlinder zich op aannemelijke wijze zou kunnen ontwikkelen door genmutatie. De
auteurs vervolgen hun redenering dat aangenomen mag worden dat ieder kenmerk van een vlinder zich in enkelvoudige stappen zou kunnen ontwikkelen, op grond
van het gegeven dat kleur naar alle waarschijnlijkheid in enkelvoudige stappen kan veranderen. De veronderstelde evolutie van kleur door genmutatie kan nooit nieuwe mechanismen voortbrengen en is dus geen goed voorbeeld voor evolutie in actie. Om de evolutietheorie te bewijzen zou de evolutionist moeten aantonen hoe een geometrisch kenmerk, zoals het aanhechtingspunt van een kruisband, zich heeft ontwikkeld. Dit is echter nooit aangetoond, en het is ook onmogelijk om dit te doen omdat zo´n kritisch kenmerk zich niet op zichzelf kan ontwikkelen. Hoe belangrijk een geometrisch kenmerk is, kan getoond worden aan de hand van het ontwerpen van een auto. Stel je voor dat je naar een lezing gaat over het ontwerpen van een auto en je hoort de spreker beweren dat het specificeren van de materialen het enige is wat nodig is voor het ontwerp! Zo´n bewering zou volledig fout zijn omdat de auto veel mechanismen bevat die gespecificeerd moeten worden door vele geometrische kenmerken. Het is eveneens erg misleidend dat evolutionisten de indruk wekken dat een organisme alleen maar eiwitten hoeft te specificeren om groei en functioneren
mogelijk te maken. Het toegevoegde karakter van kleur kan ook duidelijk gemaakt worden naar analogie van auto-ontwerp. Het kniegewricht van de mens is uniekOf het nu de knie van een dier is of van een mens, het basisprincipe van het kniegewricht is uniek. Er is echter nog een probleem voor de evolutietheorie, want de menselijke knie is duidelijk verschillend van de knieën van apen. De menselijk knie is ontworpen om makkelijk te blokkeren in staande positie, waardoor het makkelijk is om rechtop te blijven staan. De vormgeving van de menselijke knie maakt het mensen mogelijk om op een natuurlijke manier rechtop te lopen en te rennen. Apen kunnen hun knie niet strekken en het been moet continu gebogen blijven waarbij de spieren onder spanning blijven staan. Evolutionisten erkennen het gegeven dat er een groot verschil bestaat tussen de knieën van dieren en van mensen. Dye zegt bijvoorbeeld: ‘Ondanks de oppervlakkige overeenkomst in het ontwerp van de knie van viervoeters bestaat er geen ideaal dierlijk model voor de menselijk knie.’(4) Evolutionisten erkennen ook dat de enige manier waarop apen kunnen proberen om rechtop te staan, is door hun enkels, knieën en heupen op een onbeholpen
manier te buigen.(5) Eindnoten 1. J. Guyot: ‘Atlas of Human Limb Joints’. Springer-Verlag, p. 20, 1980 | |||||||||