Onherleidbare mechanismen

Door Stuart Burgess
Uit: Ontwikkeling of Ontwerp (2003), Medema, blz. 23-26

Dit boek bestellen

Het kniegewricht is uniek


De knie is een uniek gewricht omdat hij mechanische principes gebruikt die volledig anders zijn dan de principes die door andere gewrichten in het lichaam gebruikt worden. De knie heeft twee banden die een vitale geleidingsrol vervullen (de kruisbanden), terwijl de gewrichten van de heup, de schouder en de elleboog geen banden zitten. De knie schuift en glijdt, terwijl de gewrichten van de heup, de schouder en de elleboog alleen glijden.

Wetenschappelijke boeken over anatomie geven soms aan dat het kniegewricht van zoogdieren een uniek soort gewricht vorm.(1) Deze boeken doen echter nooit een poging om te verklaren hoe het kniegewricht door evolutie zou kunnen ontstaan. Het is erg moeilijk om te verklaren hoe een evolutionair proces plotseling twee banden kon laten ontstaan, gekruist in het midden van het gewricht, precies op hetzelfde moment dat er ruimte voor de banden ontstond en precies op hetzelfde moment dat er een complexe en in elkaar passende schuivende beweging ontstond!

Als het kniegewricht zich geleidelijk zou hebben ontwikkeld, zou men vele tussenvormen tussen het scharniergewricht (zoals de elleboog) en het kniegewricht mogen verwachten, in levende of in uitgestorven schepselen. Er bestaat echter geen enkele aanwijzing dat ooit een tussenvorm van het gewricht bestaan heeft.
Gezien het grote aantal bestudeerde fossielen en gezien de afwezigheid van overgangsvormen tussen een scharniergewricht en een kniegewricht moet geconcludeerd worden dat er overtuigend bewijs bestaat dat het kniegewricht niet door evolutie is ontstaan.

Als het kniegewricht zich zou hebben geëvolueerd, zou het tenminste mogelijk moeten zijn om zich er een voorstelling van te maken hoe een tussenvormgewricht eruit zou kunnen zien. Gezien de verstandelijke vermogens van de mens zou dit geen moeilijke opdracht moeten zijn, als tussenvormen mogelijk zouden zijn.
Alle pogingen om zich tussenvormen voor het kniegewricht voor te stellen, zijn echter mislukt. De mislukking om zich tussenvormen voor te stellen van mechanismen in het dierenrijk wordt volledig erkend door leidende evolutionisten zoals Stephen Jay Gould, die gezegd heeft:

‘Ons onvermogen, zelfs in gedachten, om functionele tussenvormen te construeren is in veel gevallen een hardnekkig en zeurend probleem voor graduele bijdragen aan evolutie.’(2)

De vorming van het kniegewricht


Het gegeven dat het kniegewricht zich gevormd moet hebben tijdens de ontwikkeling van het embryo, maakt het ontwerp nog ingewikkelder. De cel moet niet alleen alle kenmerken van een functionerende knie omschrijven, maar ook de groei en het samenstellen van het gewricht.
Het kniegewricht wordt vroeg in de zwangerschap gevormd, binnen ongeveer 12 weken na de conceptie. In de eerste weken heeft het menselijk embryo alleen eenvoudige stompjes van de ledematen die zich tot arm of been zullen ontwikkelen. Iedere cel in ieder beginnend lidmaat bezit alle informatie die nodig is om het lidmaat af te maken.

De cel omschrijft niet alleen het materiaal van de banden, spieren en beenderen, maar het heeft ook de verbazingwekkende mogelijkheid om de positie, het samenvoegen en de groeimomenten van deze onderdelen, die nodig zijn om de onderdelen samen te voegen, te omschrijven.

Als het been in wording een zekere grootte bereikt, wordt op de een of andere manier instructie gegeven om het bot zich te laten delen om de afzonderlijke beenderen van het onderbeen en het bovenbeen (of arm) te vormen. Ook worden op de een of andere manier instructies gegeven om de kruisbanden gekruist te vormen, om daarmee het onderbeen en het bovenbeen te verbinden zodat een op de juiste manier samengestelde knie wordt gevormd.
De positionering en het juiste tijdstip van de verbinding met de banden en het scheiden van de beenderen moet met grote precisie plaatsvinden om het kniegewricht voort te brengen.

Het mechanisme van het zichzelf in elkaar zetten van het kniegewricht is zo geavanceerd dat wetenschappers ermee worstelen om te begrijpen hoe het gebeurt. Een recent boek over de groei van organismen zegt:

‘Het mechanisme waarmee de goede verbindingen tussen pezen, spieren en kraakbeen plaatsvinden, moet nog worden vastgesteld.’(3)

Deze ontboezeming is belangrijk. Als evolutionisten niet weten hoe een gewricht zichzelf in elkaar zet, hoe kunnen zij er dan zo zeker van zijn dat het zich ontwikkeld heeft via een reeks van toevallige foutjes? Het zichzelf in elkaar zetten van beenderen, banden en pezen vertegenwoordigt een ingewikkelde en overweldigende opdracht.
Mensen zijn tot nu toe niet in staat geweest om een machine te ontwerpen die zichzelf kan bouwen, laat staan een machine die vele duizenden complexe onderdelen bevat zoals die voorkomen in het menselijk lichaam.

De geometrische kenmerken zijn kritisch


De geometrische kenmerken van een mechanisme moeten in het algemeen met meer precisie gespecificeerd worden dan de materiaaleigenschappen van de onderdelen in een mechanisme. Dit is een bekend gegeven in de mechanische technologie.

Ondanks het kritische karakter van geometrische kenmerken worden ze in de boeken eigenlijk nooit genoemd in relatie tot evolutie. De evolutie van nieuwe kenmerken wordt gewoonlijk beschreven als een proces waarin genen zich geleidelijk ontwikkelen en ieder nieuw gen specificeert eenvoudigweg een extra eiwit.
Deze beschrijving is echter een grove onderschatting van wat een organisme in werkelijkheid nodig heeft om te evolueren, omdat de cel geometrische informatie over het organisme moet bezitten.

Het is waar dat wetenschappers op dit moment nog niet begrijpen hoe geometrie in een organisme wordt gespecificeerd, maar dat is geen excuus voor het negeren van de behoefte aan deze informatie.
Er is geen twijfel mogelijk dat evolutionisten proberen om de discussie over geometrische informatie te vermijden omdat deze informatie een belangrijk probleem vormt voor evolutie.

Biologieboeken geven vaak voorbeelden van hoe een nieuwe kleur van een vlinder zich op aannemelijke wijze zou kunnen ontwikkelen door genmutatie. De auteurs vervolgen hun redenering dat aangenomen mag worden dat ieder kenmerk van een vlinder zich in enkelvoudige stappen zou kunnen ontwikkelen, op grond van het gegeven dat kleur naar alle waarschijnlijkheid in enkelvoudige stappen kan veranderen.
Met dit argument wordt echter een cruciale fout gemaakt door te veronderstellen dat alle kenmerken even eenvoudig zijn als kleur. Alhoewel de kleur van een vlinder belangrijk kan zijn om te overleven, is kleur toch een eenvoudig kenmerk in termen van het functioneren van organen en onderdelen in een vlinder.

De veronderstelde evolutie van kleur door genmutatie kan nooit nieuwe mechanismen voortbrengen en is dus geen goed voorbeeld voor evolutie in actie. Om de evolutietheorie te bewijzen zou de evolutionist moeten aantonen hoe een geometrisch kenmerk, zoals het aanhechtingspunt van een kruisband, zich heeft ontwikkeld. Dit is echter nooit aangetoond, en het is ook onmogelijk om dit te doen omdat zo´n kritisch kenmerk zich niet op zichzelf kan ontwikkelen.

Hoe belangrijk een geometrisch kenmerk is, kan getoond worden aan de hand van het ontwerpen van een auto. Stel je voor dat je naar een lezing gaat over het ontwerpen van een auto en je hoort de spreker beweren dat het specificeren van de materialen het enige is wat nodig is voor het ontwerp! Zo´n bewering zou volledig fout zijn omdat de auto veel mechanismen bevat die gespecificeerd moeten worden door vele geometrische kenmerken.

Het is eveneens erg misleidend dat evolutionisten de indruk wekken dat een organisme alleen maar eiwitten hoeft te specificeren om groei en functioneren mogelijk te maken. Het toegevoegde karakter van kleur kan ook duidelijk gemaakt worden naar analogie van auto-ontwerp.
Stel je voor dat iemand beweert dat, omdat de kleur van een auto in één stap veranderd kan worden, ieder kenmerk van een auto in één stap kan worden gewijzigd. Dit zou volledig belachelijk zijn, omdat de geometrische kenmerken van de auto, zoals de inwendige afmetingen van de motor, veel kritischer zijn dan de kleur van de auto.
Het is eveneens belachelijk om de verandering van de kleur van een organisme als voorbeeld voor evolutie te gebruiken.

Het kniegewricht van de mens is uniek


Of het nu de knie van een dier is of van een mens, het basisprincipe van het kniegewricht is uniek. Er is echter nog een probleem voor de evolutietheorie, want de menselijke knie is duidelijk verschillend van de knieën van apen. De menselijk knie is ontworpen om makkelijk te blokkeren in staande positie, waardoor het makkelijk is om rechtop te blijven staan.

De vormgeving van de menselijke knie maakt het mensen mogelijk om op een natuurlijke manier rechtop te lopen en te rennen. Apen kunnen hun knie niet strekken en het been moet continu gebogen blijven waarbij de spieren onder spanning blijven staan. Evolutionisten erkennen het gegeven dat er een groot verschil bestaat tussen de knieën van dieren en van mensen. Dye zegt bijvoorbeeld:

‘Ondanks de oppervlakkige overeenkomst in het ontwerp van de knie van viervoeters bestaat er geen ideaal dierlijk model voor de menselijk knie.’(4)

Evolutionisten erkennen ook dat de enige manier waarop apen kunnen proberen om rechtop te staan, is door hun enkels, knieën en heupen op een onbeholpen manier te buigen.(5)
Zo’n verwrongen lichaamshouding betekent dat apen maar een korte tijd rechtop kunnen staan of maar een korte afstand rechtop kunnen lopen. Een goedgevormd en gezond mens kan daarentegen zonder al te veel moeite grote afstanden afleggen.


Eindnoten


1. J. Guyot: ‘Atlas of Human Limb Joints’. Springer-Verlag, p. 20, 1980
2. S.J. Gould: 'Is a new and general theory of evolution emerging. Paleobiology vol. 6(1), p. 127, january 1980
3. L. Wolpert (ed) Principles of development. Oxford University Press, p. 316, 1998
4. F. Scott en M.D. Dye 'An evolutionary perspective of the knee'. Journal of bone and joint surgery, 69A, p. 976-983, 1987. 5. J.R. Hinchliffe en D.R. Johnson The development of the vertebrate limb. Clarendon Press, p. 37-39, 1980.

© 2006-2008 www.mijn-eigen-website.nl