| ||||||||||
Waarheid is onvermijdelijkDoor Tim Keller De Franse filosoof Foucault schrijft: “Waarheid is iets van deze wereld. Zij wordt slechts voortgebracht door
verscheidene vormen van dwang en de daarbij horende regelmatige uitoefening van macht.”(1) Geďnspireerd door
Foucault hebben velen gezegd dat alle waarheidsaanspraken machtsspelletjes zijn. Als je beweert de waarheid te
hebben, probeer je macht en controle over andere mensen te krijgen. Foucault was een leerling van Nietsche. In hun
voordeel moet gezegd worden dat ze deze analyse zowel op Links als op Rechts toepasten. Maar het bezwaar dat alle waarheid een machtsspel is, valt ten prooi aan hetzelfde probleem als het bezwaar dat alle waarheid cultureel bepaald is. Als je alle waarheidsaanspraken wegverklaart als “in werkelijkheid iets anders”, kom je in een onhoudbare positie terecht. In De Afschaffing van de mens schrijft Lewis: Maar je kunt niet eindeloos doorgaan met “wegverklaren”: uiteindelijk zal blijken dat je het verklaren hebt wegverklaard. Je kunt niet eindeloos doorgaan met dingen “doorzien”. Bij doorzien gaat het om wat daardoor zichtbaar wordt. De doorzichtigheid van het raam is goed omdat de tuin en de straat ondoorzichtig zijn. Hoe nu als je ook door de tuin kon kijken? (…) een volkomen doorzichtige wereld is een onzichtbare wereld. Wie alles “doorziet”, ziet niets.(2) Als je zegt dat alle waarheidsaanspraken machtspelletjes zijn, geldt dat ook voor je eigen bewering. Als je (net als Freud) zegt dat alle beweringen over God en religie niet meer zijn dan psychologische projecties om je schuld en onzekerheid te hanteren, geldt dat ook voor je eigen bewering. Alles doorzien is niets zien. Foucault probeerde anderen te overtuigen van de waarheid van zijn analyse, ook al ontkende hij het bestaan van de categorie waarheid. Het lijkt er dus op dat het onvermijdelijk is bepaalde waarheidsaanspraken te doen. Het is inconsistent om je tegen onderdrukking te verzetten als je tegelijk weigert toe te geven dat er zoiets als waarheid bestaat. Deze inconsistentie is wellicht de oorzaak van het verval van postmoderne “theorieën” en “deconstructies”.(3) G.K. Chesterton zei bijna honderd jaar geleden precies hetzelfde: Maar de nieuwe rebel is een scepticus, die niets volledig vertrouwt (…) daarom kan hij nooit echt een revolutionair worden. Want alle afkeuring houdt de een of andere morele overtuiging in (…). Daarom is de moderne revolutionair praktisch ongeschikt voor welke vorm van revolutie dan ook. Door zich tegen alles af te zetten heeft hij het recht verloren zich tegen iets af te zetten (…). Hier vinden we een gedachte die het denken stopt. En dit is de enige gedachte die gestopt dient te worden.(4) Eindnoten 1. Uit “Truth and Power” in Michel Foucault, Power/Knowledge: Selected Interviews and Other Writing 1972-1977
e.d. Colin Gordon (Pantheon, 1980) p. 131 | ||||||||||